16-01-2026
In de derde ronde van de KNSB-bekercompetitie lukte het ons niet om voor een verrassing te zorgen. De uitwedstrijd tegen Amersfoort (SGA) ging met 4-0 verloren.

Wat ging er mis?
Een dag voor de wedstrijd maakten we ons nog druk over de vraag of we op de komende vrijdag wel of niet moesten spelen. Xaveer had mijn mail beantwoord met de mededeling dat hij niet op de hoogte was van de bekerwedstrijd. Daarom controleerde ik de KNSB-website, waar nog steeds de datum van 8 februari stond.
Afijn, om het kort te houden: Klaas Abma had het bij het rechte eind en er moest gewoon gespeeld worden op vrijdag.
Om kwart over zes vertrokken Arjen, Wouter en ik richting Amersfoort. Xaveer maakte gebruik van het OV. Wouter gaf – met voorkennis, en ik verdenk Arjen er ook van – al snel aan geen chauffeur te willen zijn. Tijdens de rit werd mij duidelijk dat het tapwater in Amersfoort tijdelijk niet drinkbaar is en er dus bier gedronken moest worden.
Eenmaal aangekomen in het denksportcentrum bleken de tafels en stukken veranderd. In wat precies? Tja… zeg het maar (zie foto). Opvallend was ook dat het toegestaan was om boeken en tablets te raadplegen.

Een andere denksport… maar terug naar het schaken.
De loting was gedaan: op het eerste en derde bord speelden Xaveer en Wouter met zwart. Arjen en ik namen plaats aan bord vier en twee, beide met wit. Er werd leuk gespeeld vanuit de opening; geen saaie ruilvarianten.
Arjen kreeg de Konings-Indische verdediging tegen en kwam goed uit de opening, maar wist dit in het middenspel niet vast te houden en verloor uiteindelijk op de koningsvleugel. Ook Wouter had naar mijn idee een prima Hollandse opening gespeeld, al was hij daar zelf minder enthousiast over. De bekende ‘slechte loper’ speelde hem hier parten: 2–0.
Op bord twee speelde ik zelf tegen IM Tim Grutter, met maar liefst 2401 ratingpunten. Met mijn favoriete opening moest dat geen probleem zijn… of toch?
Zwart kwam zonder problemen uit de opening en liet zelfs enkele kansen liggen. Interessant wordt het vanaf zet 19 van zwart: 19…Lg5+.
Hierop antwoordde ik met 20.f4. Dit lijkt eigenlijk niet te kunnen, omdat zwart deze zet al twee keer heeft aangevallen en natuurlijk vanwege 20…Pb4!?. Op dat moment begon ik te twijfelen over een tactische wending: Pxd3, Dxd3, Lxe2, Dxe2, Lxf4 — zwart zou dan gewonnen staan.
Wat ik echter over het hoofd zag, is dat deze combinatie niet werkt. Na Lxe2 moet ik namelijk niet terugslaan, maar De3 of Dd3 spelen, waarna zwart een stuk moet teruggeven.
De vraag was dus: wat nu te spelen? Omdat ik deze tussenzet niet zag, verviel ook Dd2 voor mij (wegens dezelfde combinatie). Toch voelde het optisch gezien vreemd: hoe kan ik hier slechter staan? Ik heb immers twee actieve torens!
Ik overwoog vervolgens 21.Lxg6, een dameoffer dat niet aangenomen mag worden. Na 21…fxg volgt namelijk Dc4+ en staat wit beter. 21.hxg leek me daarentegen minder goed; daar speelt wit opnieuw Dd2, waarna drie stukken aangevallen staan en de stelling in evenwicht blijft.
Uiteindelijk koos ik voor een ander dameoffer: 21.Txg4 Pxc2. De stelling is daarna nagenoeg gelijk na Kxc2 (wat Lc4 mogelijk maakt) en niet na het gespeelde Lxc2.
En zo ging het ook op bord één. Alsof het een paneel met lichtschakelaars was: vier uit, drie uit, twee uit… en uiteindelijk mocht Xaveer als laatste met een nul afsluiten. Had hij kansen? Volgens eigen zeggen — en Stockfish — miste hij er één of twee.
Lag het aan de lange reisafstand van anderhalf uur, het tapwater dat niet meer te drinken was, het bier dat wél goed smaakte, of toch aan het ratingverschil? Ik denk het laatste.
