
Op maandag 20 april werden de halve finales en finale voor de clubbeker gespeeld.
In de eerste halve finale nam Klaas Abma het op tegen Arthur van der Spek. Na drie keer zwart in de voorgaande rondes, waarin hij afrekende met Pieter van der Kooij, Erik Klaassen en Wisse Klaassen speelde Klaas voor het eerst dit toernooi met wit. Arthur haalde de finale na zeges op Willem Akkerman en Martin van Rijswijk, in de kwartfinale kreeg Arthur een bye.
(Helaas heb ik weinig van deze halve finale meegekregen omdat ik nog met mijn eigen partij bezig was. Van wat ik heb begrepen was de vlag van Klaas gevallen en bereikte Arthur zo de finale.)
In de andere halve finale nam René de Wilde het op tegen Ferdi van Bavel. René won in de eerste ronde van Peter Doetjes en speelde in ronde 2 en 3 remise tegen achtereenvolgens Tjeerd Siblesz en Frans Sevensma. Tegen Tjeerd was die remise voldoende voor de volgende ronde, tegen Frans moest er een snelschaakpartij aan te pas komen om zo de halve finale te bereiken. Ferdi bereikte de halve finales door achtereenvolgens van Wiebe Oppenhuizen, Mark Derks en Arjen Pragt.
In de partij belanden René en Ferdi in een eindspel van paard tegen loper (en beide nog een aantal pionnen). Vanwege het ratingverschil had René voldoende aan een remise. Nadat er een aantal pionnen van het bord verdwenen zag Ferdi geen winstmogelijkheid meer en stond René zelfs beter. De spelers kwamen remise overeen zodat René de tweede finalist werd.
De finale leverde een boeiende partij op tussen Arthur en René. Arthur leek aanvankelijk de bovenliggende partij, maar na een loperoffer (voor een pion) door René ontstond er een open h-lijn en kwam de stelling van Arthur onder druk te staan met allerlei ongemakkelijke penningen en ondertussen moest Arthur ook zorgen dat alle stukken goed gedekt waren. Nadat er enkele stukken werden geruild kon René een toren winnen met een paardenvork met schaak. In deze stelling gaf Arthur op zodat René de nieuwe bekerwinnaar werd.
Ook de verliezers van de halve finale speelde een nog een partij maar dan voor plek drie. Net als in de halve finale belandde Ferdi in een paard tegen loper eindspel. Nadat hij de koning van Klaas buitenspel had gezet en met zijn eigen koning de pionnenstelling dreigde hij de pionnenstelling binnen te dringen, gaf Klaas het op en veroverde Ferdi zo de derde plek.
Uitslagen Final 4:
Halve finales:
(A) Klaas Abma (1850) – Arthur van der Spek (1911) 0-1
(C) René de Wilde (1768) – Ferdi van Bavel (2038) ½-½ (René gaat door)
Partij om plaats 3:
(B) Klaas Abma (1850) – Ferdi van Bavel (2038) 0-1
Finale:
(B) Arthur van der Spek (1911) – René de Wilde (1768) 0-1
Door: Peter Doetjes
